UMCN
Updated: 2026 V-D-P.net Estimated reading time: 80 minutes, 34 seconds or 4834 seconds
Geschiedenis
De geschiedenis van het UMC St Radboud gaat terug tot 1905. In dat jaar ontstaat vanuit de katholieke gemeenschap de Radboud Stichting ter bevordering van het rooms-katholiek hoger onderwijs. De stichting heeft als opdracht een katholieke universiteit op te richten. In 1923 is het zover, dankzij de middelen die het katholieke volksdeel zelf bijeen brengt. De Katholieke Universiteit Nijmegen start met drie faculteiten: godgeleerdheid, letteren en rechten. In 1951 ontstaat de medische faculteit, na een besluit van de regering om ook de bijzondere universiteiten volledig te subsidiëren.
Niet veel later zijn de eerste medische studenten toe aan praktijkonderwijs. Hiervoor roept de universiteit in 1956 een academisch ziekenhuis tot leven. Het krijgt de naam St. Radboud, zoals de stichting waaruit universiteit en ziekenhuis ontstonden. Vanaf het begin werken beide organisaties nauw samen. In 1999 verandert het St. Radboud ziekenhuis in een geheel nieuwe organisatie: het Universitair Medisch Centrum St. Radboud.
Dit betekent niet dat het UMC St. Radboud afscheid neemt van de universiteit. De nauwe banden blijven bestaan. Om dit te benadrukken, kiest ook de universiteit in 2004 een nieuwe naam: Radboud Universiteit Nijmegen. Beide organisaties hanteren vanaf dat moment hetzelfde wapen in het logo.
Waarom Radboud?
Radboud is de naam van een heilige die leeft in Utrecht rond 850. Hij is bisschop, geleerde en dichter en staat bekend om zijn liefdadigheidswerk voor armen en zieken. Tijdens zijn leven is hij ook beschermheer van het rooms katholieke hoger en universitair onderwijs. Om die redenen en omdat hij de eerste christelijke geleerde van noord Nederland is, kiest de Radboud stichting hem tot patroon bij haar oprichting in 1905. Dit voorbeeld volgt later het St. Radboud Ziekenhuis.
Leven van Radboud
Radboud wordt omstreeks 850 geboren in de streek Lomange in het zuid Franse Gascogne. Zijn vader is van aanzienlijke Frankische herkomst. Zijn moeder is een nazaat van de vervaarlijke Friese koning Radboud, een notoire vijand van God. De naam Radboud betekent 'boodschapper van raad'. Tijdens zijn leven zal Radboud invulling geven aan deze betekenis.
Zijn jeugd brengt hij door aan de kathedraalschool in Keulen en later aan de hofschool van Karel de Kale in Frankrijk. Daar wordt hij geschoold in de theologie en de filosofie. Tegen zijn dertigste jaar staat hij bekend als een groot geleerde. Op die leeftijd treedt Radboud in bij de orde der Benedictijnen. Hier leidt hij een ascetisch en teruggetrokken leven. Hij wijdt zich volledig aan God en aan de letteren en de wijsbegeerte.
Om zijn geleerdheid en levenshouding kiest de katholieke gemeenschap Radboud in 899 tot bisschop van Utrecht. Radboud voert zijn ambt bevlogen uit. Dagelijks preekt hij, bezoekt zieken, kleedt en voedt armen en deelt heel zijn vermogen uit. Ook reist hij veel om het geloof uit te dragen. In die tijd wordt Utrecht geteisterd door regelmatig terugkerende invallen van de Noormannen. Ondanks dat Radboud regelmatig in hun handen valt, blijft hij zijn ambt uitoefenen.
De laatste periode van zijn leven besteedt Radboud aan gebed, studie en filosofie. Hij is daarnaast een bekend en begaafd kunstenaar die proza, poëzie en muziek schrijft. Alles in dienst van zijn werk. Bekend ook zijn Radbouds profetische gaven, waarmee hij zijn opvolger Balderik aanwijst, zijn dood voorspelt en de toekomst van zijn bisdom beschrijft. Op 29 november 917 overlijdt hij. Niet lang na zijn dood verklaart de katholieke kerk hem heilig. Nog steeds wordt Sint Radboud herdacht op zijn sterfdatum.
Radboud nu
Radboud heeft een symboolfunctie voor het huidige UMC St Radboud. Hij vertegenwoordigt een lange traditie van christelijke waarden. Daarin staat de mens als evenbeeld van God centraal, het 'goed' denken over hem en het 'goed' handelen. Dit mensbeeld bepaalde Radbouds bewogen en betrokken leven. Ook het UMC gaat in zijn handelen uit van deze christelijk-humanitaire waarden. Zij komen met name naar voren in de patiëntenzorg, de medische ethiek en de nauwe contacten met Derde Wereldlanden. Radbouds veelzijdige persoonlijkheid als geleerde en cultuurdrager tenslotte, staat symbool voor het UMC als kenniscentrum.
Wapen
Het wapen in het logo van het UMC St. Radboud en de Radboud Universiteit Nijmegen geeft de geschiedenis en identiteit van beide organisaties weer. Het bestaat uit een schild, een kroon en een spreuk.
Op het schild staat een beeld van de heilige Geest in de vorm van een duif. De staart van de duif bestaat uit zeven stralen. Deze symboliseren de zeven gaven van de heilige Geest: wijsheid, verstand, raad, sterkte, wetenschap, godsvrucht en vreze des Heeren. Onder de duif bevindt zich een kruis. Dit is het wapen van het aartsbisdom Utrecht dat werd ingevoerd in 1853 bij het herstel van de kerkelijke hiërarchie. Het vertegenwoordigt ook de gehele Nederlandse katholieke kerk.
De kroon op het wapen verwijst naar keizer Karel de Grote en symboliseert daarmee de band met Nijmegen. De spreuk 'In Dei Nomine Feliciter' betekent 'Mogen wij in Gods naam gelukkig voortgaan'. In de beginperiode van de universiteit diende hij als ondertekening van actes. Het gebruik van de spreuk gaat verder terug tot de periode van de eerste bisschop van Utrecht Willibrord.
Het wapen in zijn algemeenheid symboliseert de verbondenheid van universiteit en UMC met de katholieke gemeenschap waaruit zij voortkomen.
Over het Radboud
De Radboud Universiteit Nijmegen is in 1923 opgericht als Katholieke Universiteit Nijmegen. Toen telde de universiteit 27 hoogleraren en 189 studenten. Nu zijn dat meer dan 450 hoogleraren en ruim 17.500 studenten.
De huidige universiteit is eigenlijk de tweede in Nijmegen. In 1655 werd de eerste Nijmeegse universiteit, de Illustere Academie opgericht. Daarmee liep het slecht af. In 1665 trof een pestepidemie stad en universiteit. Na het rampjaar 1672, toen de Fransen Nijmegen binnenvielen, liep het snel af. In 1679 verliet de laatste hoogleraar, Gerard Nood, de universiteit. Het geld was op.
Het initiatief voor de oprichting van de huidige universiteit is genomen door de in 1905 in het leven geroepen Radboud Stichting. Katholiek Nederland wil haar eigen universiteit. Katholieken hebben op dat moment een achterstand en zijn op de hoge bestuurlijke posten in Nederland nauwelijks te vinden. Tot na de Tweede Wereldoorlog is de universiteit dan ook bekostigd door de Radboud Stichting, die het geld daarvoor met collectes onder katholieken verzamelt.
Tweede Wereldoorlog
Na een felle strijd met Den Bosch, Tilburg, Den Haag en Maastricht krijgt Nijmegen in 1923 de universiteit binnen haar poorten. De eerste jaren verlopen rustig, maar de Tweede Wereldoorlog treft de universiteit zwaar. Ze verliest bekende namen, zoals de hoogleraar Volkenrecht Robert Regout en de hoogleraar geschiedenis der wijsbegeerte en mystiek en verdediger van de vrije pers, Titus Brandsma. Ze worden vanwege verzetsactiviteiten gearresteerd en overlijden het concentratiekamp te Dachau.
In 1943 weigert Rector Magnificus Hermesdorf de loyaliteitsverklaringen die de Duitse bezetter eist, aan de studenten voor te leggen. Tijdens het vergissings bombardement van Nijmegen op 22 februari 1944 verliest de universiteit veel van haar gebouwen.
Jaren vijftig en later
In maart 1945 worden de colleges hervat en begint de bloei van de universiteit. Hoogleraren als L.J. Rogier, Anton van Duinkerken en later Schillebeeckx worden bekende boegbeelden. Het aantal studenten groeit snel, van drieduizend in 1960 tot vijftienduizend in 1980. Nijmegen wordt een brede universiteit met acht faculteiten. En nadat de medische faculteit in 1951 als eerste naar het landgoed Heyendael is getrokken, vestigen alle faculteiten zich daar in de loop der tijd. Er is nu sprake van een echte campus op nog geen kwartier fietsen van het centrum van Nijmegen.
De democratiseringsbeweging van de jaren zestig en zeventig verloopt ook in Nijmegen stormachtig. Het gaat om medezeggenschap van studenten en wetenschappelijk personeel, maar ook om de inhoud en oriëntatie van de studie. Het is de tijd van bezettingen en veel vergaderingen. De bestuursverhoudingen veranderen.
Vernieuwing
Vanaf de jaren tachtig komt de universiteit in rustiger vaarwater en concentreert zich op vernieuwing in onderwijs en onderzoek. Er wordt volop gebouwd op de campus om het onderzoek en onderwijs op hoog peil te kunnen houden.
Vanaf eind jaren negentig is sprake van een bouwgolf. Eén van de vier sterkste magneten ter wereld wordt in Nijmegen geïnstalleerd. Daarnaast komen er onder andere een toren met laboratoria waar moleculaire levenswetenschappers naar bronnen van ziektes speuren, een totaal nieuwe bètafaculteit, een modern sportcentrum, en een NaNo-laboratorium waar onderzoek wordt gedaan door natuur- en scheikundigen van het Institute for Molecules and Materials.
In 2004 verandert de universiteit haar naam in Radboud Universiteit Nijmegen. Met die naam wil ze de strategische samenwerking met het Universitair Medisch Centrum St Radboud benadrukken. De nieuwe naam is ook een eerbetoon aan de Radboud Stichting, die de universiteit oprichtte. De doelstellingen uit 1905 zijn gehaald. De katholieke emancipatie is allang voltooid, maar de verbondenheid met de katholieke gemeenschap blijft. Nu heeft de Radboud Universiteit Nijmegen de ambitie om met haar onderzoek en onderwijs tot de top van Europa te behoren. Gezien de kwaliteit van dat onderzoek en onderwijs is ze flink op weg.
Accenten
Samen met de andere universitair medische centra in Nederland ontwikkelt en verbetert het UMC St Radboud het niveau van kennis en kwaliteit in de geneeskunde en gezondheidszorg. Het UMC legt hierbij eigen accenten in de patiëntenzorg, het wetenschappelijk onderzoek en het onderwijs
Relatie universiteit
Het UMC St Radboud voert belangrijke universitaire taken uit: onderwijs aan studenten en wetenschappelijk onderzoek. De organisatie is daarom strategisch en beleidsmatig nauw verbonden met de Radboud Universiteit Nijmegen. Dit krijgt bestuurlijk vorm in het 'College van Bestuurlijke Samenwerking'. Inhoudelijk werkt het UMC samen met vrijwel alle subfaculteiten. Het meest intensief met de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica en de faculteit der Sociale Wetenschappen.
Geestelijk erfgoed
Het UMC St Radboud komt voort uit de katholieke gemeenschap en voert zijn taken dan ook uit met specifieke aandacht voor en betrokkenheid bij dit geestelijk erfgoed. Functionerend in een veelvormige, multiculturele samenleving kiest het UMC nadrukkelijk voor een eigen verantwoordelijkheid. Respect voor en dialoog met andere overtuigingen staan daarbij centraal.
Specifieke ethische standpunten zijn de basis van alle handelen in het UMC St Radboud. In de patiëntenzorg is zorgzaamheid een leidraad. Deze is terug te vinden in de bijzondere aandacht voor pijnbestrijding, palliatieve zorg en chronische ziekten.
De solidariteitsgedachte weerspiegelt zich in de van oudsher nauwe contacten met verschillende Derde Wereldlanden. Het wetenschappelijk onderzoek naar tropische ziekten kent een lange traditie binnen de organisatie.
Kerntaken
Kennis is de leidraad en de bindende factor in het Universitair Medisch Centrum St. Radboud. Dit uit zich in drie gelijkwaardige kerntaken: kennisoverdracht door onderwijs en opleiding; kennisontwikkeling door onderzoek; toepassen van kennis op verschillende niveaus van de patiëntenzorg. De kerntaken zijn nauw met elkaar verweven. Ze krijgen vorm in een breed scala van activiteiten.
Onderwijs
Kennis verkregen uit patiëntenzorg en wetenschappelijk onderzoek is de basis van alle kennisoverdracht in het Universitair Medisch Centrum St Radboud. De kennisoverdracht krijgt vorm in onderwijs, vervolgopleidingen en bij- en nascholing. Daarnaast verzorgt het UMC St Radboud debatten, publicaties, lezingen, bijeenkomsten.
Via de media informeert het UMC het algemene publiek.
Onderwijsaanbod
Onderwijs en opleidingen beslaan een breed terrein:
universitair onderwijs in de geneeskunde, tandheelkunde en biomedische wetenschappen
vervolgopleidingen tot huisarts, bedrijfsarts, verpleeghuisarts en sociaal geneeskundige
vrijwel alle medisch-specialistische opleidingen
postacademisch en post-hbo onderwijs verpleegkundige en paramedische opleidingen,
in samenwerking met de Hogeschool Arnhem en Nijmegen en het Regionaal Opleidingen Centrum Nijmegen en omstreken
verpleegkundige vervolgopleidingen, eveneens in samenwerking met de HAN
Continuïteit
Het geheel van onderwijs en opleidingen blijft groeien. Daarmee streeft het UMC naar een scholings continuïteit, een mogelijkheid tot blijvend leren. Zo sluit het onderwijs aan bij de snelle ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Het blijvend leren komt al aan de orde tijdens de basisopleidingen. Het postacademisch en post hbo-onderwijs (HAN), waar dit blijvend leren zich voortzet, krijgen nadrukkelijk aandacht. Ook voor de zorgdisciplines bestaat een continuïteit van basis- en vervolgopleidingen.
Onderwijsinstituut
Het Onderwijsinstituut regisseert een belangrijk deel van het onderwijsaanbod binnen het UMC St Radboud. Het bundelt de onderwijsexpertise en ontwikkelt beleid. Dit leidt tot kwaliteit en samenhang tussen de verschillende opleidingen. Daarnaast zorgt het Onderwijsinstituut voor ondersteuning, evaluatie, kwaliteitsborging en vernieuwing van het onderwijs.
Vernieuwing
De gezondheidszorg is permanent in beweging. Niet in de laatste plaats door de nieuwe inzichten verkregen uit wetenschappelijk onderzoek. Het UMC St Radboud speelt een actieve rol in de noodzakelijke onderwijs- en beroepsvernieuwing. Zo ontwikkelde het UMC samen met de Radboud Universiteit Nijmegen nieuwe bachelor/master-opleidingen in de biomedische wetenschappen en de moleculaire levenswetenschappen. Daarnaast introduceerde het UMC samen met de beroepsopleidingen multiprofessionele onderwijsprogramma's.
In samenwerking met de Hogeschool Arnhem-Nijmegen ontwierp het UMC St Radboud opleidingsprogramma's voor nieuwe functies als 'nurse practitioner', 'physician assistent' en 'mondhygiëniste'. Het UMC draagt ook bij aan de ontwikkeling van de verpleegkundige en paramedische beroepen, en aan vernieuwing van medisch-specialistische beroepen.
Onderwijsvorm
Het onderwijs in het UMC St Radboud kenmerkt zich door kleinschaligheid en actieve participatie van de student. Dit krijgt vorm in werkgroepen, responsiecolleges en zelfstudie-opdrachten. Daarbij is de docent richtinggever en begeleider.
Een studiejaar is opgedeeld in blokken. Studenten werken steeds vier weken lang aan één onderwerp. Toetsing gebeurt zoveel mogelijk via open vragen. Dit appelleert aan hogere vaardigheden als samenvatten, interpreteren en betogen.
In 2004 beoordeelde de VSNU de studie Geneeskunde van het UMC St Radboud als de beste van Nederland. In januari 2005 kreeg de studie Biomedische Wetenschappen dit predicaat van QANU. Al eerder behaalden Biomedische Wetenschappen en Tandheelkunde de eerste plaats.
Onderwijsgroei
De studentenaantallen nemen toe. Een disbalans met de twee andere kerntaken, onderzoek en patiëntenzorg, kan daardoor ontstaan. Om dit te voorkomen knoopt het UMC St Radboud nauwe samenwerkingsverbanden aan met andere instellingen, of breidt deze uit. Voor de verpleegkundige en paramedische opleidingen bevordert het UMC stijging van instroom en biedt hiervoor extra stageplaatsen.
Patiëntenzorg
De patiëntenzorg in het Universitair Medisch Centrum St Radboud is gebaseerd op kennis verkregen uit de zorgpraktijk en uit wetenschappelijk onderzoek. De hulpvraag van de patiënt staat centraal. Alle aspecten van ziekte en gezondheid maken deel uit van de zorg: bevorderen en in stand houden van gezondheid; voorkomen van ziekte en handicap; bijdragen aan genezing en herstel van ziekte; verlichten van lijden en ongemak.
Uitvoering
Het UMC kiest voor professionaliteit van zijn medewerkers. Om hulpvragen te analyseren en te behandelen zetten zij hun wetenschappelijke kennis en vaardigheden in, gebaseerd op de laatste inzichten. De professionals benaderen de patiënt zo deskundig, uitnodigend, respectvol en verantwoordelijk mogelijk. Uitgangspunten bij hun zorgverlening zijn: solidariteit, keuzevrijheid en behoud van de persoonlijke autonomie van de patiënt. De patiënt en de betrokken professionals bepalen uiteindelijk samen de zorg.
De patiëntenzorg speelt zich af op verschillende niveaus:
Basiszorg
De basiszorg in het UMC St. Radboud is vergelijkbaar met de zorg die elk algemeen ziekenhuis biedt. Het gaat om relatief eenvoudige, veel voorkomende en duidelijk afgebakende problemen. Deze zorg is hoofdzakelijk monodisciplinair. Dat wil zeggen vanuit één afdeling of medische richting.
Topklinische zorg
Onder topklinische zorg vallen bijzondere vormen van zorg die alleen mogelijk zijn in ziekenhuizen met een speciale vergunning. Meestal gaat het om vrij dure behandelingen waarvoor geavanceerde apparatuur, bijzondere voorzieningen of specifieke deskundigheid nodig zijn.
Het UMC St. Radboud biedt topklinische zorg met name aan in zorgketens. Dit zijn samenwerkingsvormen die een multidisciplinaire benadering van patiënten bieden. Steeds meer patiënten hebben een dergelijke behandeling nodig. De samenwerkingsvormen variëren van werkgroepen tot uitgebreide zorgketens, ook wel patiëntenzorgcentra genoemd. Deze centra integreren de complexe zorg voor de patiënt en waarborgen de continuïteit van zorg. Ze zijn afdelings- en clusteroverstijgend doordat medische, verpleegkundige en paramedische disciplines samenwerken.
Top deskundige zorg
Een deel van de zorg in het UMC is topreferent. Dit type zorg wordt alleen in de academische ziekenhuizen geboden aan zogenaamde top deskundige patiënten. Dit zijn patiënten die op grond van de zeldzaamheid van hun ziekte of de complexiteit van hun behandeling op speciale centra zijn aangewezen.
Controle op en zorg voor patiënten na de behandeling
Het UMC St Radboud wil voor de patiënten een zorgzaam ziekenhuis zijn en elke patiënt zorg op maat bieden. Dit streven krijgt vorm binnen de eigen muren, maar ook daarbuiten. Met name in de zorgketens. Deze strekken zich soms uit tot andere zorginstellingen dan het UMC, zoals de huisartsenpraktijk of de thuiszorg.
Zo zette het UMC in de regio een zorgketen op voor patiënten met hersenbloeding (Cerebraal Vasculair Attaque). Daarbij hoort ook palliatieve zorg. Het UMC bouwt deze ontwikkeling verder uit. De organisatie fungeert in de regio als ontwikkel- en kenniscentrum voor zorg- en behandelketens.
Samenwerking
Het UMC streeft naar overleg met de andere zorgverleners in de regio over keuzes in de patiëntenzorg en instroom van patiënten. Voor een goede basiszorg binnen de organisatie kiest het UMC voor nauwe banden met de regionale huisartsen en met de ziekenhuizen in de directe omgeving. Op het gebied van top deskundige zorg en onderwijs werkt het UMC samen met ziekenhuizen in een bredere regio.
Groei
Het UMC St Radboud speelt in op de toenemende vraag naar gezondheidszorg. Zowel op het gebied van de basiszorg, als op het gebied van topklinische en top deskundige zorg. De groei van de patiëntenzorg blijft echter in balans met de groei van de twee andere kerntaken onderwijs en onderzoek.
Onderzoek
Kennisontwikkeling door wetenschappelijk onderzoek gebeurt in het Universitair Medisch Centrum St Radboud op verschillende niveaus. Dit varieert van fundamenteel speurwerk op moleculair niveau tot introductie van nieuwe therapieën en zorg- en bevolkingsonderzoek. Kennisontwikkeling manifesteert zich ook in ontwikkeling van paramedische en verpleegkundige disciplines.
In het UMC St Radboud staat het onderzoek in dienst van de patiënt. Het is gebaseerd op de toenemende vraag naar gespecialiseerde zorg. De nieuw verkregen kennis heeft ook voortdurende onderwijsvernieuwing tot gevolg. Alle onderzoek is gegroepeerd in Hoofdprogramma's.
Hoofdprogramma's
De hoofdprogramma' s zijn grotendeels ondergebracht in de topcentra van het UMC St Radboud. Topcentra integreren onderzoek, onderwijs en patiëntenzorg. De hoofdprogramma's richten zich op een specifiek medisch gebied. Elk programma biedt een podium waar onderzoekers uit verschillende onderdelen van het onderzoeksgebied overleggen. Zo ontstaat een lijn van molecuul tot patiënt.
Verpleegkundig en paramedisch onderzoek
De wetenschappelijke en professionele ontwikkeling van de verschillende verpleegkundige en paramedische functies is een belangrijk aandachtsgebied van het UMC St Radboud. Dit vindt met name plaats binnen het programma Preventie en Evaluatie in de Gezondheidszorg.
Onderzoeksinstituut
Alle onderzoeksactiviteiten van het UMC St Radboud zijn gebundeld in het Onderzoeksinstituut. Hier vindt voorbereiding van het onderzoeksbeleid plaats. Ook huishoud het instituut het wetenschappelijk onderzoek. Het heeft een belangrijke taak in het bevorderen van de samenwerking binnen de onderzoeksactiviteiten. Het Onderzoeksinstituut stimuleert en huishoud dan ook onderlinge contacten tussen onderzoekers.
Topcentra
In het Universitair Medisch Centrum St Radboud zijn de kerntaken onderwijs, patiëntenzorg en onderzoek nauw met elkaar verweven. Voor een goede onderlinge afstemming zorgen de topcentra. Een topcentrum is een uniek samenwerkingsverband tussen verschillende afdelingen en disciplines die zich bezighouden met een specifiek terrein in de gezondheidszorg.
Het topcentrum coördineert en adviseert bij de invulling en integratie van de drie kerntaken. Zo ontstaat topklinische patiëntenzorg, naast topacademisch onderzoek en onderwijs. Hiermee vervult het UMC St Radboud een landelijke voortrekkersrol.
Programma's
De topcentra sluiten aan bij de vijf hoofdprogramma's van onderzoek waarop het UMC St Radboud zich richt.
Over de instrumentele dienst
De instrumentele dienst (hierna ID te noemen) is een onderdeel van het Universitair Medisch Centrum St Radboud in Nijmegen. Deze instantie is ontstaan door het samengaan van de Faculteit der Medische Wetenschappen van de voorheen de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN) en het Academisch Ziekenhuis Nijmegen St Radboud nu Radboud universiteit en Universitair Medisch Centrum Sint Radboud Nijmegen.
De instrumentele dienst kan onderverdeeld worden in twee groepen. Er zijn een aantal servicegroepen en er is de onderzoeksgroep.
De onderzoeksgroep werkt aan het ontwikkelen en bouwen van apparatuur die niet op de markt verkrijgbaar is. Bijvoorbeeld een apparaat om pacemakers te testen.
Ook werkt de onderzoeksgroep aan het uitwerken van instrumentatieproblemen.
De servicegroepen hebben een aantal taken die uitgevoerd worden. De servicegroepen geven bijvoorbeeld een brede ondersteuning in aankoopadvies.
Als er bijvoorbeeld een afdeling nieuwe monitoren wil aanschaffen maar niet goed weet welke nou de beste voor de afdeling zijn komen ze bij de ID om advies vragen. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat de ID verschillende apparaten gaat testen voor die afdeling om vervolgens een objectieve mening te kunnen vormen en vervolgens de beste apparatuur voor die afdeling kan selecteren. Een andere taak is het in gebruik stellen van apparatuur. De ID plaatst dan de apparatuur op een afdeling en stelt het apparaat desnoods in voor de afdeling (afregeling van de apparatuur).
Een derde taak van de ID is instructie. Als er bijvoorbeeld een nieuw apparaat is aangeschaft dan gaan meestal een paar medewerkers van de ID op cursus en kunnen dan eventueel instructie geven aan het personeel van een afdeling. Ook komt het voor dat een afdeling zelf op cursus gaat. Als laatste zorgt de ID voor de reparatie en onderhoud van apparatuur. Denk maar eens aan apparatuur waar om het half jaar getest moet worden op de werking van het apparaat. Als er een apparaat stuk is komt meestal de afdeling zelf de apparatuur brengen. Dit wordt dan in een rek aan de wand gezet en daarna wordt het door de mensen van de afdeling gerepareerd.
Verreweg de belangrijkste taak van de ID in de instandhouding van de apparatuur/instrumentarium ten behoeve van:
het medisch wetenschappelijk onderwijs
het medisch wetenschappelijk onderzoek
de patiëntenzorg
De instrumentele dienst in door de loop der jaren uitgegroeid tot een groep die haar werkzaamheden verricht vanuit groepen die zoveel mogelijk en zo dicht mogelijk bij de klanten zitten. Op die manier kunnen de medewerkers van de ID ook snel ter plaatse zijn als er een storing of een defect is aan kritieke apparatuur. Maar dit bespaart ook tijd en geld. De ID is een brede groep van technische specialisten, ieder op z'n eigen vakgebied, die hoogwaardig werk afleveren volgens de normen die gesteld worden.
De servicegroepen
De Servicegroepen zorgen voor de instandhouding van de apparatuur.
Dit houdt in:
Advies bij aanschaf
Ondersteuning tijdens het gebruik
Onderhoud en reparatie
Keuring
Afvoer van oude apparatuur
De servicegroepen zijn:
ID-Anesthesiologie Intensive Care
ID-Laboratoria
ID-Oost
ID-Tandheelkunde
ID-West
ID-Anesthesiologie Intensive Care
De ID-groep Anesthesiologie Intensive Care, is gestart in 1963. Het is tevens de oudste servicegroep van de Instrumentele Dienst. In het begin van de jaren zeventig was de intensieve zorg aanleiding voor het opzetten van een intensive care systeem onder leiding van de afdeling Anesthesiologie. Het huidige werkgebied omvat alle instrumenten die ten dienste staan aan patiëntenzorg, het onderwijs en het onderzoek van de afdelingen Anesthesiologie en Intensive Care. Deze beide zijn ondergebracht in het cluster CAIC. Zo is bijvoorbeeld alle apparatuur die door de anesthesioloog op de operatiekamer en de verkoeverkamer wordt gebruikt toevertrouwd aan de zorg van deze ID-groep. Dit geldt ook voor alle apparatuur die wordt ingezet op de intensive care afdelingen, ten behoeve van beademing, patiëntbewaking en algemene zorg. De medewerkers van ID-Anesthesiologie/IC zijn gespecialiseerd in het adviseren, instructie geven en onderhouden van patiëntbewakingssystemen, anesthesietoestellen en beademingsapparatuur.
Toen de informatica zijn intrede deed in het ziekenhuis is ook hier veel geautomatiseerd. Apparatuur van vandaag de dag wordt meestal softwarematig aangestuurd. Patiëntdata enz. zijn steeds meer via de aanwezige netwerken en server centraal en lokaal beschikbaar. Een voorbeeld is bijvoorbeeld een meting van een beademingsapparaat. ID-Anesthesiologie/IC maakt gebruik van elektronica en mechanica. Met deze vakgebieden worden de gebruikers van de apparatuur ondersteund. In bijzondere gevallen kunnen gebruikers van apparatuur ook buiten werktijd een beroep doen op technische ondersteuning.
ID-Laboratoria
ID-Laboratoria is in 1994 opgericht. Het is ontstaan uit het centrale deel van de Instrumentele Dienst Service. Omdat de Servicegroepen zo dicht mogelijk bij de opdrachtgever moet 'werken en wonen' is dus ook een Laboratorium groep opgericht. ID-Laboratoria heeft als werkgebied alle clusters van de medische faculteit maar ook CLFK en CPS. Alle apparatuur die in deze werkgebieden wordt gebruikt is aan de technische zorg van ID-Laboratoria toevertrouwd. Bij de diverse laboratoria wordt zeer verschillende apparatuur gebruikt. Apparatuur voor pathologisch onderzoek verschilt nogal van apparatuur voor fysiologie. En bepalingsapparatuur voor lichaamsstoffen of medicijnproductie bevindt zich weer in een heel andere categorie.
ID-Laboratoria beschikt over de medewerkers die deskundig zijn op het gebied van elektronica en mechanica. Informatica gaat een steeds belangrijker rol spelen, ook in de laboratoriumtechniek. De medewerkers worden op dit gebied uitvoerig bijgeschoold door middel van cursussen.
ID-Oost
De voornaamste reden om ID-Oost op te zetten was dat er korte communicatielijnen tussen medici, verpleging en technicus belangrijker werden naarmate er meer en meer apparatuur vereist is voor de patiënt. Dit is ook gebleken uit andere servicegroepen. ID-Oost is gelokaliseerd in het ziekenhuis zelf. op de onderverdieping. Het werkgebied van ID-Oost omvat onder andere het cluster kindergeneeskunde (CKS), waarbij de meeste tijd gaat zitten in intensive care en neonatologie. Daarnaast verzorgt ID-Oost ook ondersteuning voor het cluster zenuw, ziel en ouderdom (CZZO) (die onder andere de afdelingen klinische neurofysiologie en kinder-EEG en de afdeling cardiologie herbergt). Deze clusters krijgen de juiste technische ondersteuning vanuit ID-Oost. Niet alleen het verschil in karakter van CKS, CZZO en de afdeling Cardiologie, maar ook de verscheidenheid aan afdelingen binnen de clusters heeft als gevolg dat er op ID-Oost specialisten werken, die ingezet kunnen worden op zeer uiteenlopende apparaten.
ID-Tandheelkunde
Deze ID-groep is in 1965 door de Instrumentele Dienst gevestigd binnen Tandheelkunde. De groep omvat wat betreft het werkgedeelte de behandeleenheden wat een belangrijk hulpmiddel is bij de opleiding tot tandarts. Door deze combinatie van Patiëntenzorg en Onderwijs wordt een specifieke benadering door de medewerkers van ID-Tandheelkunde vereist. Naast deze service ten behoeve van de behandelzalen wordt ondersteuning gegeven aan de vakgroepen en vakgroeppraktijken, de Poli, het Tandheelkundig Laboratorium, de Research Laboratoria en de opleiding voor Mondhygiëniste. De medewerkers verzorgen het technisch onderhoud waarbij iedere medewerker verantwoordelijk is voor een deel van het werkgebied. Daarnaast heeft iedere technicus nog een speciaal gebied zoals Röntgen, Hand- en Hoekstukken, Research Ondersteuning en Elektronica.
ID-West
De groep Instrumentele Dienst West is in 1994 opgericht; het is ontstaan uit het Centrale deel van de Instrumentele Dienst Service. Ook hierbij is het uitgangspunt dat de technicus zo dicht mogelijk bij zijn opdrachtgever moet zijn gevestigd.
ID-West heeft als werkgebied vier clusters: snijdende specialismen 1 (CSS1), snijdende specialismen 2 (CSS2), hoofd hals huid (CHHH) en inwendige specialismen (CIS). Alle apparatuur die in deze werkgebieden wordt gebruikt voor patiëntenzorg, onderzoek en onderwijs is aan de technische zorg van ID-West toevertrouwd. De ID-groep onderscheidt zich van de andere ID-groepen door de aanwezigheid van een drietal 'optische' medewerkers. Dit komt omdat er veel optische systemen aanwezig zijn bij o.a. de afdelingen Oogheelkunde en Endoscopie. Alle overige optische apparatuur in het ziekenhuis wordt eveneens vanuit ID-West onderhouden. Onder het beheer van ID-West valt een grote verscheidenheid in apparatuur. Er staan onder andere dialyse- en longfunctieapparatuur, hart-longmachines, weeën registratie apparatuur, microscopen en laserapparatuur. ID-West beschikt over medewerkers die deskundig zijn op het gebied van elektronica, mechanica en optiek. Informatica gaat een steeds belangrijker rol spelen in de medische techniek. Voldoende reden voor de medewerkers om hun kennis uit te breiden.
ID-Groep Onderzoek
De ID groep onderzoek zorgt voor het ontwikkelen van oplossingen voor nieuwe instrumentatie.
Dit houdt in:
Advies over de meest geschikte meetmethode
Advies bij aanschaf
Modificatie van bestaande apparatuur
Ontwerp en ombouw van bestaande apparatuur
Wanneer een instrument niet op de markt verkrijgbaar is of niet aan de gewenste specificaties voldoet, kan ID-Onderzoek, ook wel genoemd ID-Spon, bijna altijd voor een oplossing zorgen. Dit kan gebeuren door een instrument te ontwerpen en te bouwen, of door een bestaand instrument aan te passen. Het is daarbij niet belangrijk of het nu gaat om een eenvoudig technisch probleem of een ingewikkeld probleem.
Belangrijk kenmerk van de ontwikkelde apparatuur is dat alle instrumenten in nauw overleg met de klant worden gemaakt (co-developing). Dit staat garant voor een optimale afstemming van de gewenste/geëiste specificaties. De medewerkers zijn getraind in het vertalen van medisch/wetenschappelijke probleemstelling in technische specificaties; zij kunnen het voor de klant begrijpelijk maken. Het is natuurlijk niet mogelijk om met een kleine bezetting alle know-how en technische vaardigheden in huis te hebben. Toch vormt de technische complexiteit van een aanvraag nooit een moeilijkheid een opdracht ten uitvoer te brengen. De Instrumentele Dienst beschikt namelijk enerzijds over een netwerk van bedrijven waar specialistische technieken kunnen worden uitgevoerd, aan de andere kant wordt er samengewerkt met de Instrumentele Diensten van andere Medisch Academische Centra.
Specifieke kenmerken van ID-Onderzoek
Intermediair functie tussen wetenschap/medische vraagstelling en toegepaste technologie
Zeer brede technische kennis en kunde
Prototyping
Ontwikkeling in nauwe samenwerking met de klant (co-makership)
Productoptimalisatie gericht op de gebruiker (proefopzet, evaluatie, bijstelling proefopzet, etc.)
Benutting potentieel commerciële spin-offs
Werkwijze
Intake; het opstellen van specificaties
Vooronderzoek; fysische/technische haalbaarheid, marktkennis
Offerte; wat is er te koop, wat moet de ID zelf maken
Uitvoering (de ID coördineert hierbij ook de externe activiteiten)
Aflevering, begeleiding en nazorg
Minder bekende dienstverleningen
Parttime detachering van technici (al dan niet met centrale coaching)
Quick-service (kleine opdrachten, zeer snel uitgevoerd)
Technische (applicatie) software
De geschiedenis van het UMC St Radboud gaat terug tot 1905. In dat jaar ontstaat vanuit de katholieke gemeenschap de Radboud Stichting ter bevordering van het rooms-katholiek hoger onderwijs. De stichting heeft als opdracht een katholieke universiteit op te richten. In 1923 is het zover, dankzij de middelen die het katholieke volksdeel zelf bijeen brengt. De Katholieke Universiteit Nijmegen start met drie faculteiten: godgeleerdheid, letteren en rechten. In 1951 ontstaat de medische faculteit, na een besluit van de regering om ook de bijzondere universiteiten volledig te subsidiëren.
Niet veel later zijn de eerste medische studenten toe aan praktijkonderwijs. Hiervoor roept de universiteit in 1956 een academisch ziekenhuis tot leven. Het krijgt de naam St. Radboud, zoals de stichting waaruit universiteit en ziekenhuis ontstonden. Vanaf het begin werken beide organisaties nauw samen. In 1999 verandert het St. Radboud ziekenhuis in een geheel nieuwe organisatie: het Universitair Medisch Centrum St. Radboud.
Dit betekent niet dat het UMC St. Radboud afscheid neemt van de universiteit. De nauwe banden blijven bestaan. Om dit te benadrukken, kiest ook de universiteit in 2004 een nieuwe naam: Radboud Universiteit Nijmegen. Beide organisaties hanteren vanaf dat moment hetzelfde wapen in het logo.
Waarom Radboud?
Radboud is de naam van een heilige die leeft in Utrecht rond 850. Hij is bisschop, geleerde en dichter en staat bekend om zijn liefdadigheidswerk voor armen en zieken. Tijdens zijn leven is hij ook beschermheer van het rooms katholieke hoger en universitair onderwijs. Om die redenen en omdat hij de eerste christelijke geleerde van noord Nederland is, kiest de Radboud stichting hem tot patroon bij haar oprichting in 1905. Dit voorbeeld volgt later het St. Radboud Ziekenhuis.
Leven van Radboud
Radboud wordt omstreeks 850 geboren in de streek Lomange in het zuid Franse Gascogne. Zijn vader is van aanzienlijke Frankische herkomst. Zijn moeder is een nazaat van de vervaarlijke Friese koning Radboud, een notoire vijand van God. De naam Radboud betekent 'boodschapper van raad'. Tijdens zijn leven zal Radboud invulling geven aan deze betekenis.
Zijn jeugd brengt hij door aan de kathedraalschool in Keulen en later aan de hofschool van Karel de Kale in Frankrijk. Daar wordt hij geschoold in de theologie en de filosofie. Tegen zijn dertigste jaar staat hij bekend als een groot geleerde. Op die leeftijd treedt Radboud in bij de orde der Benedictijnen. Hier leidt hij een ascetisch en teruggetrokken leven. Hij wijdt zich volledig aan God en aan de letteren en de wijsbegeerte.
Om zijn geleerdheid en levenshouding kiest de katholieke gemeenschap Radboud in 899 tot bisschop van Utrecht. Radboud voert zijn ambt bevlogen uit. Dagelijks preekt hij, bezoekt zieken, kleedt en voedt armen en deelt heel zijn vermogen uit. Ook reist hij veel om het geloof uit te dragen. In die tijd wordt Utrecht geteisterd door regelmatig terugkerende invallen van de Noormannen. Ondanks dat Radboud regelmatig in hun handen valt, blijft hij zijn ambt uitoefenen.
De laatste periode van zijn leven besteedt Radboud aan gebed, studie en filosofie. Hij is daarnaast een bekend en begaafd kunstenaar die proza, poëzie en muziek schrijft. Alles in dienst van zijn werk. Bekend ook zijn Radbouds profetische gaven, waarmee hij zijn opvolger Balderik aanwijst, zijn dood voorspelt en de toekomst van zijn bisdom beschrijft. Op 29 november 917 overlijdt hij. Niet lang na zijn dood verklaart de katholieke kerk hem heilig. Nog steeds wordt Sint Radboud herdacht op zijn sterfdatum.
Radboud nu
Radboud heeft een symboolfunctie voor het huidige UMC St Radboud. Hij vertegenwoordigt een lange traditie van christelijke waarden. Daarin staat de mens als evenbeeld van God centraal, het 'goed' denken over hem en het 'goed' handelen. Dit mensbeeld bepaalde Radbouds bewogen en betrokken leven. Ook het UMC gaat in zijn handelen uit van deze christelijk-humanitaire waarden. Zij komen met name naar voren in de patiëntenzorg, de medische ethiek en de nauwe contacten met Derde Wereldlanden. Radbouds veelzijdige persoonlijkheid als geleerde en cultuurdrager tenslotte, staat symbool voor het UMC als kenniscentrum.
Wapen
Het wapen in het logo van het UMC St. Radboud en de Radboud Universiteit Nijmegen geeft de geschiedenis en identiteit van beide organisaties weer. Het bestaat uit een schild, een kroon en een spreuk.
Op het schild staat een beeld van de heilige Geest in de vorm van een duif. De staart van de duif bestaat uit zeven stralen. Deze symboliseren de zeven gaven van de heilige Geest: wijsheid, verstand, raad, sterkte, wetenschap, godsvrucht en vreze des Heeren. Onder de duif bevindt zich een kruis. Dit is het wapen van het aartsbisdom Utrecht dat werd ingevoerd in 1853 bij het herstel van de kerkelijke hiërarchie. Het vertegenwoordigt ook de gehele Nederlandse katholieke kerk.
De kroon op het wapen verwijst naar keizer Karel de Grote en symboliseert daarmee de band met Nijmegen. De spreuk 'In Dei Nomine Feliciter' betekent 'Mogen wij in Gods naam gelukkig voortgaan'. In de beginperiode van de universiteit diende hij als ondertekening van actes. Het gebruik van de spreuk gaat verder terug tot de periode van de eerste bisschop van Utrecht Willibrord.
Het wapen in zijn algemeenheid symboliseert de verbondenheid van universiteit en UMC met de katholieke gemeenschap waaruit zij voortkomen.
Over het Radboud
De Radboud Universiteit Nijmegen is in 1923 opgericht als Katholieke Universiteit Nijmegen. Toen telde de universiteit 27 hoogleraren en 189 studenten. Nu zijn dat meer dan 450 hoogleraren en ruim 17.500 studenten.
De huidige universiteit is eigenlijk de tweede in Nijmegen. In 1655 werd de eerste Nijmeegse universiteit, de Illustere Academie opgericht. Daarmee liep het slecht af. In 1665 trof een pestepidemie stad en universiteit. Na het rampjaar 1672, toen de Fransen Nijmegen binnenvielen, liep het snel af. In 1679 verliet de laatste hoogleraar, Gerard Nood, de universiteit. Het geld was op.
Het initiatief voor de oprichting van de huidige universiteit is genomen door de in 1905 in het leven geroepen Radboud Stichting. Katholiek Nederland wil haar eigen universiteit. Katholieken hebben op dat moment een achterstand en zijn op de hoge bestuurlijke posten in Nederland nauwelijks te vinden. Tot na de Tweede Wereldoorlog is de universiteit dan ook bekostigd door de Radboud Stichting, die het geld daarvoor met collectes onder katholieken verzamelt.
Tweede Wereldoorlog
Na een felle strijd met Den Bosch, Tilburg, Den Haag en Maastricht krijgt Nijmegen in 1923 de universiteit binnen haar poorten. De eerste jaren verlopen rustig, maar de Tweede Wereldoorlog treft de universiteit zwaar. Ze verliest bekende namen, zoals de hoogleraar Volkenrecht Robert Regout en de hoogleraar geschiedenis der wijsbegeerte en mystiek en verdediger van de vrije pers, Titus Brandsma. Ze worden vanwege verzetsactiviteiten gearresteerd en overlijden het concentratiekamp te Dachau.
In 1943 weigert Rector Magnificus Hermesdorf de loyaliteitsverklaringen die de Duitse bezetter eist, aan de studenten voor te leggen. Tijdens het vergissings bombardement van Nijmegen op 22 februari 1944 verliest de universiteit veel van haar gebouwen.
Jaren vijftig en later
In maart 1945 worden de colleges hervat en begint de bloei van de universiteit. Hoogleraren als L.J. Rogier, Anton van Duinkerken en later Schillebeeckx worden bekende boegbeelden. Het aantal studenten groeit snel, van drieduizend in 1960 tot vijftienduizend in 1980. Nijmegen wordt een brede universiteit met acht faculteiten. En nadat de medische faculteit in 1951 als eerste naar het landgoed Heyendael is getrokken, vestigen alle faculteiten zich daar in de loop der tijd. Er is nu sprake van een echte campus op nog geen kwartier fietsen van het centrum van Nijmegen.
De democratiseringsbeweging van de jaren zestig en zeventig verloopt ook in Nijmegen stormachtig. Het gaat om medezeggenschap van studenten en wetenschappelijk personeel, maar ook om de inhoud en oriëntatie van de studie. Het is de tijd van bezettingen en veel vergaderingen. De bestuursverhoudingen veranderen.
Vernieuwing
Vanaf de jaren tachtig komt de universiteit in rustiger vaarwater en concentreert zich op vernieuwing in onderwijs en onderzoek. Er wordt volop gebouwd op de campus om het onderzoek en onderwijs op hoog peil te kunnen houden.
Vanaf eind jaren negentig is sprake van een bouwgolf. Eén van de vier sterkste magneten ter wereld wordt in Nijmegen geïnstalleerd. Daarnaast komen er onder andere een toren met laboratoria waar moleculaire levenswetenschappers naar bronnen van ziektes speuren, een totaal nieuwe bètafaculteit, een modern sportcentrum, en een NaNo-laboratorium waar onderzoek wordt gedaan door natuur- en scheikundigen van het Institute for Molecules and Materials.
In 2004 verandert de universiteit haar naam in Radboud Universiteit Nijmegen. Met die naam wil ze de strategische samenwerking met het Universitair Medisch Centrum St Radboud benadrukken. De nieuwe naam is ook een eerbetoon aan de Radboud Stichting, die de universiteit oprichtte. De doelstellingen uit 1905 zijn gehaald. De katholieke emancipatie is allang voltooid, maar de verbondenheid met de katholieke gemeenschap blijft. Nu heeft de Radboud Universiteit Nijmegen de ambitie om met haar onderzoek en onderwijs tot de top van Europa te behoren. Gezien de kwaliteit van dat onderzoek en onderwijs is ze flink op weg.
Accenten
Samen met de andere universitair medische centra in Nederland ontwikkelt en verbetert het UMC St Radboud het niveau van kennis en kwaliteit in de geneeskunde en gezondheidszorg. Het UMC legt hierbij eigen accenten in de patiëntenzorg, het wetenschappelijk onderzoek en het onderwijs
Relatie universiteit
Het UMC St Radboud voert belangrijke universitaire taken uit: onderwijs aan studenten en wetenschappelijk onderzoek. De organisatie is daarom strategisch en beleidsmatig nauw verbonden met de Radboud Universiteit Nijmegen. Dit krijgt bestuurlijk vorm in het 'College van Bestuurlijke Samenwerking'. Inhoudelijk werkt het UMC samen met vrijwel alle subfaculteiten. Het meest intensief met de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica en de faculteit der Sociale Wetenschappen.
Geestelijk erfgoed
Het UMC St Radboud komt voort uit de katholieke gemeenschap en voert zijn taken dan ook uit met specifieke aandacht voor en betrokkenheid bij dit geestelijk erfgoed. Functionerend in een veelvormige, multiculturele samenleving kiest het UMC nadrukkelijk voor een eigen verantwoordelijkheid. Respect voor en dialoog met andere overtuigingen staan daarbij centraal.
Specifieke ethische standpunten zijn de basis van alle handelen in het UMC St Radboud. In de patiëntenzorg is zorgzaamheid een leidraad. Deze is terug te vinden in de bijzondere aandacht voor pijnbestrijding, palliatieve zorg en chronische ziekten.
De solidariteitsgedachte weerspiegelt zich in de van oudsher nauwe contacten met verschillende Derde Wereldlanden. Het wetenschappelijk onderzoek naar tropische ziekten kent een lange traditie binnen de organisatie.
Kerntaken
Kennis is de leidraad en de bindende factor in het Universitair Medisch Centrum St. Radboud. Dit uit zich in drie gelijkwaardige kerntaken: kennisoverdracht door onderwijs en opleiding; kennisontwikkeling door onderzoek; toepassen van kennis op verschillende niveaus van de patiëntenzorg. De kerntaken zijn nauw met elkaar verweven. Ze krijgen vorm in een breed scala van activiteiten.
Onderwijs
Kennis verkregen uit patiëntenzorg en wetenschappelijk onderzoek is de basis van alle kennisoverdracht in het Universitair Medisch Centrum St Radboud. De kennisoverdracht krijgt vorm in onderwijs, vervolgopleidingen en bij- en nascholing. Daarnaast verzorgt het UMC St Radboud debatten, publicaties, lezingen, bijeenkomsten.
Via de media informeert het UMC het algemene publiek.
Onderwijsaanbod
Onderwijs en opleidingen beslaan een breed terrein:
universitair onderwijs in de geneeskunde, tandheelkunde en biomedische wetenschappen
vervolgopleidingen tot huisarts, bedrijfsarts, verpleeghuisarts en sociaal geneeskundige
vrijwel alle medisch-specialistische opleidingen
postacademisch en post-hbo onderwijs verpleegkundige en paramedische opleidingen,
in samenwerking met de Hogeschool Arnhem en Nijmegen en het Regionaal Opleidingen Centrum Nijmegen en omstreken
verpleegkundige vervolgopleidingen, eveneens in samenwerking met de HAN
Continuïteit
Het geheel van onderwijs en opleidingen blijft groeien. Daarmee streeft het UMC naar een scholings continuïteit, een mogelijkheid tot blijvend leren. Zo sluit het onderwijs aan bij de snelle ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Het blijvend leren komt al aan de orde tijdens de basisopleidingen. Het postacademisch en post hbo-onderwijs (HAN), waar dit blijvend leren zich voortzet, krijgen nadrukkelijk aandacht. Ook voor de zorgdisciplines bestaat een continuïteit van basis- en vervolgopleidingen.
Onderwijsinstituut
Het Onderwijsinstituut regisseert een belangrijk deel van het onderwijsaanbod binnen het UMC St Radboud. Het bundelt de onderwijsexpertise en ontwikkelt beleid. Dit leidt tot kwaliteit en samenhang tussen de verschillende opleidingen. Daarnaast zorgt het Onderwijsinstituut voor ondersteuning, evaluatie, kwaliteitsborging en vernieuwing van het onderwijs.
Vernieuwing
De gezondheidszorg is permanent in beweging. Niet in de laatste plaats door de nieuwe inzichten verkregen uit wetenschappelijk onderzoek. Het UMC St Radboud speelt een actieve rol in de noodzakelijke onderwijs- en beroepsvernieuwing. Zo ontwikkelde het UMC samen met de Radboud Universiteit Nijmegen nieuwe bachelor/master-opleidingen in de biomedische wetenschappen en de moleculaire levenswetenschappen. Daarnaast introduceerde het UMC samen met de beroepsopleidingen multiprofessionele onderwijsprogramma's.
In samenwerking met de Hogeschool Arnhem-Nijmegen ontwierp het UMC St Radboud opleidingsprogramma's voor nieuwe functies als 'nurse practitioner', 'physician assistent' en 'mondhygiëniste'. Het UMC draagt ook bij aan de ontwikkeling van de verpleegkundige en paramedische beroepen, en aan vernieuwing van medisch-specialistische beroepen.
Onderwijsvorm
Het onderwijs in het UMC St Radboud kenmerkt zich door kleinschaligheid en actieve participatie van de student. Dit krijgt vorm in werkgroepen, responsiecolleges en zelfstudie-opdrachten. Daarbij is de docent richtinggever en begeleider.
Een studiejaar is opgedeeld in blokken. Studenten werken steeds vier weken lang aan één onderwerp. Toetsing gebeurt zoveel mogelijk via open vragen. Dit appelleert aan hogere vaardigheden als samenvatten, interpreteren en betogen.
In 2004 beoordeelde de VSNU de studie Geneeskunde van het UMC St Radboud als de beste van Nederland. In januari 2005 kreeg de studie Biomedische Wetenschappen dit predicaat van QANU. Al eerder behaalden Biomedische Wetenschappen en Tandheelkunde de eerste plaats.
Onderwijsgroei
De studentenaantallen nemen toe. Een disbalans met de twee andere kerntaken, onderzoek en patiëntenzorg, kan daardoor ontstaan. Om dit te voorkomen knoopt het UMC St Radboud nauwe samenwerkingsverbanden aan met andere instellingen, of breidt deze uit. Voor de verpleegkundige en paramedische opleidingen bevordert het UMC stijging van instroom en biedt hiervoor extra stageplaatsen.
Patiëntenzorg
De patiëntenzorg in het Universitair Medisch Centrum St Radboud is gebaseerd op kennis verkregen uit de zorgpraktijk en uit wetenschappelijk onderzoek. De hulpvraag van de patiënt staat centraal. Alle aspecten van ziekte en gezondheid maken deel uit van de zorg: bevorderen en in stand houden van gezondheid; voorkomen van ziekte en handicap; bijdragen aan genezing en herstel van ziekte; verlichten van lijden en ongemak.
Uitvoering
Het UMC kiest voor professionaliteit van zijn medewerkers. Om hulpvragen te analyseren en te behandelen zetten zij hun wetenschappelijke kennis en vaardigheden in, gebaseerd op de laatste inzichten. De professionals benaderen de patiënt zo deskundig, uitnodigend, respectvol en verantwoordelijk mogelijk. Uitgangspunten bij hun zorgverlening zijn: solidariteit, keuzevrijheid en behoud van de persoonlijke autonomie van de patiënt. De patiënt en de betrokken professionals bepalen uiteindelijk samen de zorg.
De patiëntenzorg speelt zich af op verschillende niveaus:
Basiszorg
De basiszorg in het UMC St. Radboud is vergelijkbaar met de zorg die elk algemeen ziekenhuis biedt. Het gaat om relatief eenvoudige, veel voorkomende en duidelijk afgebakende problemen. Deze zorg is hoofdzakelijk monodisciplinair. Dat wil zeggen vanuit één afdeling of medische richting.
Topklinische zorg
Onder topklinische zorg vallen bijzondere vormen van zorg die alleen mogelijk zijn in ziekenhuizen met een speciale vergunning. Meestal gaat het om vrij dure behandelingen waarvoor geavanceerde apparatuur, bijzondere voorzieningen of specifieke deskundigheid nodig zijn.
Het UMC St. Radboud biedt topklinische zorg met name aan in zorgketens. Dit zijn samenwerkingsvormen die een multidisciplinaire benadering van patiënten bieden. Steeds meer patiënten hebben een dergelijke behandeling nodig. De samenwerkingsvormen variëren van werkgroepen tot uitgebreide zorgketens, ook wel patiëntenzorgcentra genoemd. Deze centra integreren de complexe zorg voor de patiënt en waarborgen de continuïteit van zorg. Ze zijn afdelings- en clusteroverstijgend doordat medische, verpleegkundige en paramedische disciplines samenwerken.
Top deskundige zorg
Een deel van de zorg in het UMC is topreferent. Dit type zorg wordt alleen in de academische ziekenhuizen geboden aan zogenaamde top deskundige patiënten. Dit zijn patiënten die op grond van de zeldzaamheid van hun ziekte of de complexiteit van hun behandeling op speciale centra zijn aangewezen.
Controle op en zorg voor patiënten na de behandeling
Het UMC St Radboud wil voor de patiënten een zorgzaam ziekenhuis zijn en elke patiënt zorg op maat bieden. Dit streven krijgt vorm binnen de eigen muren, maar ook daarbuiten. Met name in de zorgketens. Deze strekken zich soms uit tot andere zorginstellingen dan het UMC, zoals de huisartsenpraktijk of de thuiszorg.
Zo zette het UMC in de regio een zorgketen op voor patiënten met hersenbloeding (Cerebraal Vasculair Attaque). Daarbij hoort ook palliatieve zorg. Het UMC bouwt deze ontwikkeling verder uit. De organisatie fungeert in de regio als ontwikkel- en kenniscentrum voor zorg- en behandelketens.
Samenwerking
Het UMC streeft naar overleg met de andere zorgverleners in de regio over keuzes in de patiëntenzorg en instroom van patiënten. Voor een goede basiszorg binnen de organisatie kiest het UMC voor nauwe banden met de regionale huisartsen en met de ziekenhuizen in de directe omgeving. Op het gebied van top deskundige zorg en onderwijs werkt het UMC samen met ziekenhuizen in een bredere regio.
Groei
Het UMC St Radboud speelt in op de toenemende vraag naar gezondheidszorg. Zowel op het gebied van de basiszorg, als op het gebied van topklinische en top deskundige zorg. De groei van de patiëntenzorg blijft echter in balans met de groei van de twee andere kerntaken onderwijs en onderzoek.
Onderzoek
Kennisontwikkeling door wetenschappelijk onderzoek gebeurt in het Universitair Medisch Centrum St Radboud op verschillende niveaus. Dit varieert van fundamenteel speurwerk op moleculair niveau tot introductie van nieuwe therapieën en zorg- en bevolkingsonderzoek. Kennisontwikkeling manifesteert zich ook in ontwikkeling van paramedische en verpleegkundige disciplines.
In het UMC St Radboud staat het onderzoek in dienst van de patiënt. Het is gebaseerd op de toenemende vraag naar gespecialiseerde zorg. De nieuw verkregen kennis heeft ook voortdurende onderwijsvernieuwing tot gevolg. Alle onderzoek is gegroepeerd in Hoofdprogramma's.
Hoofdprogramma's
De hoofdprogramma' s zijn grotendeels ondergebracht in de topcentra van het UMC St Radboud. Topcentra integreren onderzoek, onderwijs en patiëntenzorg. De hoofdprogramma's richten zich op een specifiek medisch gebied. Elk programma biedt een podium waar onderzoekers uit verschillende onderdelen van het onderzoeksgebied overleggen. Zo ontstaat een lijn van molecuul tot patiënt.
Verpleegkundig en paramedisch onderzoek
De wetenschappelijke en professionele ontwikkeling van de verschillende verpleegkundige en paramedische functies is een belangrijk aandachtsgebied van het UMC St Radboud. Dit vindt met name plaats binnen het programma Preventie en Evaluatie in de Gezondheidszorg.
Onderzoeksinstituut
Alle onderzoeksactiviteiten van het UMC St Radboud zijn gebundeld in het Onderzoeksinstituut. Hier vindt voorbereiding van het onderzoeksbeleid plaats. Ook huishoud het instituut het wetenschappelijk onderzoek. Het heeft een belangrijke taak in het bevorderen van de samenwerking binnen de onderzoeksactiviteiten. Het Onderzoeksinstituut stimuleert en huishoud dan ook onderlinge contacten tussen onderzoekers.
Topcentra
In het Universitair Medisch Centrum St Radboud zijn de kerntaken onderwijs, patiëntenzorg en onderzoek nauw met elkaar verweven. Voor een goede onderlinge afstemming zorgen de topcentra. Een topcentrum is een uniek samenwerkingsverband tussen verschillende afdelingen en disciplines die zich bezighouden met een specifiek terrein in de gezondheidszorg.
Het topcentrum coördineert en adviseert bij de invulling en integratie van de drie kerntaken. Zo ontstaat topklinische patiëntenzorg, naast topacademisch onderzoek en onderwijs. Hiermee vervult het UMC St Radboud een landelijke voortrekkersrol.
Programma's
De topcentra sluiten aan bij de vijf hoofdprogramma's van onderzoek waarop het UMC St Radboud zich richt.
Over de instrumentele dienst
De instrumentele dienst (hierna ID te noemen) is een onderdeel van het Universitair Medisch Centrum St Radboud in Nijmegen. Deze instantie is ontstaan door het samengaan van de Faculteit der Medische Wetenschappen van de voorheen de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN) en het Academisch Ziekenhuis Nijmegen St Radboud nu Radboud universiteit en Universitair Medisch Centrum Sint Radboud Nijmegen.
De instrumentele dienst kan onderverdeeld worden in twee groepen. Er zijn een aantal servicegroepen en er is de onderzoeksgroep.
De onderzoeksgroep werkt aan het ontwikkelen en bouwen van apparatuur die niet op de markt verkrijgbaar is. Bijvoorbeeld een apparaat om pacemakers te testen.
Ook werkt de onderzoeksgroep aan het uitwerken van instrumentatieproblemen.
De servicegroepen hebben een aantal taken die uitgevoerd worden. De servicegroepen geven bijvoorbeeld een brede ondersteuning in aankoopadvies.
Als er bijvoorbeeld een afdeling nieuwe monitoren wil aanschaffen maar niet goed weet welke nou de beste voor de afdeling zijn komen ze bij de ID om advies vragen. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat de ID verschillende apparaten gaat testen voor die afdeling om vervolgens een objectieve mening te kunnen vormen en vervolgens de beste apparatuur voor die afdeling kan selecteren. Een andere taak is het in gebruik stellen van apparatuur. De ID plaatst dan de apparatuur op een afdeling en stelt het apparaat desnoods in voor de afdeling (afregeling van de apparatuur).
Een derde taak van de ID is instructie. Als er bijvoorbeeld een nieuw apparaat is aangeschaft dan gaan meestal een paar medewerkers van de ID op cursus en kunnen dan eventueel instructie geven aan het personeel van een afdeling. Ook komt het voor dat een afdeling zelf op cursus gaat. Als laatste zorgt de ID voor de reparatie en onderhoud van apparatuur. Denk maar eens aan apparatuur waar om het half jaar getest moet worden op de werking van het apparaat. Als er een apparaat stuk is komt meestal de afdeling zelf de apparatuur brengen. Dit wordt dan in een rek aan de wand gezet en daarna wordt het door de mensen van de afdeling gerepareerd.
Verreweg de belangrijkste taak van de ID in de instandhouding van de apparatuur/instrumentarium ten behoeve van:
het medisch wetenschappelijk onderwijs
het medisch wetenschappelijk onderzoek
de patiëntenzorg
De instrumentele dienst in door de loop der jaren uitgegroeid tot een groep die haar werkzaamheden verricht vanuit groepen die zoveel mogelijk en zo dicht mogelijk bij de klanten zitten. Op die manier kunnen de medewerkers van de ID ook snel ter plaatse zijn als er een storing of een defect is aan kritieke apparatuur. Maar dit bespaart ook tijd en geld. De ID is een brede groep van technische specialisten, ieder op z'n eigen vakgebied, die hoogwaardig werk afleveren volgens de normen die gesteld worden.
De servicegroepen
De Servicegroepen zorgen voor de instandhouding van de apparatuur.
Dit houdt in:
Advies bij aanschaf
Ondersteuning tijdens het gebruik
Onderhoud en reparatie
Keuring
Afvoer van oude apparatuur
De servicegroepen zijn:
ID-Anesthesiologie Intensive Care
ID-Laboratoria
ID-Oost
ID-Tandheelkunde
ID-West
ID-Anesthesiologie Intensive Care
De ID-groep Anesthesiologie Intensive Care, is gestart in 1963. Het is tevens de oudste servicegroep van de Instrumentele Dienst. In het begin van de jaren zeventig was de intensieve zorg aanleiding voor het opzetten van een intensive care systeem onder leiding van de afdeling Anesthesiologie. Het huidige werkgebied omvat alle instrumenten die ten dienste staan aan patiëntenzorg, het onderwijs en het onderzoek van de afdelingen Anesthesiologie en Intensive Care. Deze beide zijn ondergebracht in het cluster CAIC. Zo is bijvoorbeeld alle apparatuur die door de anesthesioloog op de operatiekamer en de verkoeverkamer wordt gebruikt toevertrouwd aan de zorg van deze ID-groep. Dit geldt ook voor alle apparatuur die wordt ingezet op de intensive care afdelingen, ten behoeve van beademing, patiëntbewaking en algemene zorg. De medewerkers van ID-Anesthesiologie/IC zijn gespecialiseerd in het adviseren, instructie geven en onderhouden van patiëntbewakingssystemen, anesthesietoestellen en beademingsapparatuur.
Toen de informatica zijn intrede deed in het ziekenhuis is ook hier veel geautomatiseerd. Apparatuur van vandaag de dag wordt meestal softwarematig aangestuurd. Patiëntdata enz. zijn steeds meer via de aanwezige netwerken en server centraal en lokaal beschikbaar. Een voorbeeld is bijvoorbeeld een meting van een beademingsapparaat. ID-Anesthesiologie/IC maakt gebruik van elektronica en mechanica. Met deze vakgebieden worden de gebruikers van de apparatuur ondersteund. In bijzondere gevallen kunnen gebruikers van apparatuur ook buiten werktijd een beroep doen op technische ondersteuning.
ID-Laboratoria
ID-Laboratoria is in 1994 opgericht. Het is ontstaan uit het centrale deel van de Instrumentele Dienst Service. Omdat de Servicegroepen zo dicht mogelijk bij de opdrachtgever moet 'werken en wonen' is dus ook een Laboratorium groep opgericht. ID-Laboratoria heeft als werkgebied alle clusters van de medische faculteit maar ook CLFK en CPS. Alle apparatuur die in deze werkgebieden wordt gebruikt is aan de technische zorg van ID-Laboratoria toevertrouwd. Bij de diverse laboratoria wordt zeer verschillende apparatuur gebruikt. Apparatuur voor pathologisch onderzoek verschilt nogal van apparatuur voor fysiologie. En bepalingsapparatuur voor lichaamsstoffen of medicijnproductie bevindt zich weer in een heel andere categorie.
ID-Laboratoria beschikt over de medewerkers die deskundig zijn op het gebied van elektronica en mechanica. Informatica gaat een steeds belangrijker rol spelen, ook in de laboratoriumtechniek. De medewerkers worden op dit gebied uitvoerig bijgeschoold door middel van cursussen.
ID-Oost
De voornaamste reden om ID-Oost op te zetten was dat er korte communicatielijnen tussen medici, verpleging en technicus belangrijker werden naarmate er meer en meer apparatuur vereist is voor de patiënt. Dit is ook gebleken uit andere servicegroepen. ID-Oost is gelokaliseerd in het ziekenhuis zelf. op de onderverdieping. Het werkgebied van ID-Oost omvat onder andere het cluster kindergeneeskunde (CKS), waarbij de meeste tijd gaat zitten in intensive care en neonatologie. Daarnaast verzorgt ID-Oost ook ondersteuning voor het cluster zenuw, ziel en ouderdom (CZZO) (die onder andere de afdelingen klinische neurofysiologie en kinder-EEG en de afdeling cardiologie herbergt). Deze clusters krijgen de juiste technische ondersteuning vanuit ID-Oost. Niet alleen het verschil in karakter van CKS, CZZO en de afdeling Cardiologie, maar ook de verscheidenheid aan afdelingen binnen de clusters heeft als gevolg dat er op ID-Oost specialisten werken, die ingezet kunnen worden op zeer uiteenlopende apparaten.
ID-Tandheelkunde
Deze ID-groep is in 1965 door de Instrumentele Dienst gevestigd binnen Tandheelkunde. De groep omvat wat betreft het werkgedeelte de behandeleenheden wat een belangrijk hulpmiddel is bij de opleiding tot tandarts. Door deze combinatie van Patiëntenzorg en Onderwijs wordt een specifieke benadering door de medewerkers van ID-Tandheelkunde vereist. Naast deze service ten behoeve van de behandelzalen wordt ondersteuning gegeven aan de vakgroepen en vakgroeppraktijken, de Poli, het Tandheelkundig Laboratorium, de Research Laboratoria en de opleiding voor Mondhygiëniste. De medewerkers verzorgen het technisch onderhoud waarbij iedere medewerker verantwoordelijk is voor een deel van het werkgebied. Daarnaast heeft iedere technicus nog een speciaal gebied zoals Röntgen, Hand- en Hoekstukken, Research Ondersteuning en Elektronica.
ID-West
De groep Instrumentele Dienst West is in 1994 opgericht; het is ontstaan uit het Centrale deel van de Instrumentele Dienst Service. Ook hierbij is het uitgangspunt dat de technicus zo dicht mogelijk bij zijn opdrachtgever moet zijn gevestigd.
ID-West heeft als werkgebied vier clusters: snijdende specialismen 1 (CSS1), snijdende specialismen 2 (CSS2), hoofd hals huid (CHHH) en inwendige specialismen (CIS). Alle apparatuur die in deze werkgebieden wordt gebruikt voor patiëntenzorg, onderzoek en onderwijs is aan de technische zorg van ID-West toevertrouwd. De ID-groep onderscheidt zich van de andere ID-groepen door de aanwezigheid van een drietal 'optische' medewerkers. Dit komt omdat er veel optische systemen aanwezig zijn bij o.a. de afdelingen Oogheelkunde en Endoscopie. Alle overige optische apparatuur in het ziekenhuis wordt eveneens vanuit ID-West onderhouden. Onder het beheer van ID-West valt een grote verscheidenheid in apparatuur. Er staan onder andere dialyse- en longfunctieapparatuur, hart-longmachines, weeën registratie apparatuur, microscopen en laserapparatuur. ID-West beschikt over medewerkers die deskundig zijn op het gebied van elektronica, mechanica en optiek. Informatica gaat een steeds belangrijker rol spelen in de medische techniek. Voldoende reden voor de medewerkers om hun kennis uit te breiden.
ID-Groep Onderzoek
De ID groep onderzoek zorgt voor het ontwikkelen van oplossingen voor nieuwe instrumentatie.
Dit houdt in:
Advies over de meest geschikte meetmethode
Advies bij aanschaf
Modificatie van bestaande apparatuur
Ontwerp en ombouw van bestaande apparatuur
Wanneer een instrument niet op de markt verkrijgbaar is of niet aan de gewenste specificaties voldoet, kan ID-Onderzoek, ook wel genoemd ID-Spon, bijna altijd voor een oplossing zorgen. Dit kan gebeuren door een instrument te ontwerpen en te bouwen, of door een bestaand instrument aan te passen. Het is daarbij niet belangrijk of het nu gaat om een eenvoudig technisch probleem of een ingewikkeld probleem.
Belangrijk kenmerk van de ontwikkelde apparatuur is dat alle instrumenten in nauw overleg met de klant worden gemaakt (co-developing). Dit staat garant voor een optimale afstemming van de gewenste/geëiste specificaties. De medewerkers zijn getraind in het vertalen van medisch/wetenschappelijke probleemstelling in technische specificaties; zij kunnen het voor de klant begrijpelijk maken. Het is natuurlijk niet mogelijk om met een kleine bezetting alle know-how en technische vaardigheden in huis te hebben. Toch vormt de technische complexiteit van een aanvraag nooit een moeilijkheid een opdracht ten uitvoer te brengen. De Instrumentele Dienst beschikt namelijk enerzijds over een netwerk van bedrijven waar specialistische technieken kunnen worden uitgevoerd, aan de andere kant wordt er samengewerkt met de Instrumentele Diensten van andere Medisch Academische Centra.
Specifieke kenmerken van ID-Onderzoek
Intermediair functie tussen wetenschap/medische vraagstelling en toegepaste technologie
Zeer brede technische kennis en kunde
Prototyping
Ontwikkeling in nauwe samenwerking met de klant (co-makership)
Productoptimalisatie gericht op de gebruiker (proefopzet, evaluatie, bijstelling proefopzet, etc.)
Benutting potentieel commerciële spin-offs
Werkwijze
Intake; het opstellen van specificaties
Vooronderzoek; fysische/technische haalbaarheid, marktkennis
Offerte; wat is er te koop, wat moet de ID zelf maken
Uitvoering (de ID coördineert hierbij ook de externe activiteiten)
Aflevering, begeleiding en nazorg
Minder bekende dienstverleningen
Parttime detachering van technici (al dan niet met centrale coaching)
Quick-service (kleine opdrachten, zeer snel uitgevoerd)
Technische (applicatie) software





















.jpg)

















